Weer even een paar dingen op een rij zetten om duidelijk te hebben in welke tijd onderstaande zich afspeelt. Burgemeester Sengers werd op 20 september 1944 door de militaire autoriteiten verboden zijn functie uit te oefenen. A. Th. Cremers werd met ingang van 20 september 1944 waarnemend burgemeester. Cremers was als wethouder loco-burgemeester en daarmee de voor de hand liggende kandidaat. Van der Top is gemeentesecretaris - ontvanger. Alleen het Zuiden is op dat moment bevrijd en het openbaar bestuur is daar tot op zekere hoogte hersteld. De Commissaris der Koningin is weer in functie. Pas op 5 mei 1945 is heel Nederland officieel bevrijd. Groot deel van de gemeente ligt in puin en veel inwoners zijn geëvacueerd en wonen elders in het land. Er is werk aan de winkel om de situatie weer leefbaar te maken.
Reizen alleen met vergunning
Om te kunnen reizen in (delen van) Nederland was een ontheffing nodig, zo blijkt, uit de ontheffing die Van der Top krijgt. Let op het eigen risico dat reizen met zich meebrengt en de eis dat de kortste verharde weg gevolgd wordt.
Ontheffing
De Burgemeester der gemeente Mook en Middelaar;
Gezien de verordening van den Militairen Commissaris in de provincie Gelderland d.d. 22 Februari 1945;
Gelet op artikel 2 onder e van voornoemde verordening;
Verleent aan:
Naam: Van der Top, Voornaam: Hendrik
Geboortedatum: 30-8-1914 Persoonsbewijsnummer: VII/5054
Doorloopend ontheffing van het verbod tot overschrijding van de grenzen der gemeente Mook en Middelaar teneinde zijn ambt uit te oefenen onder voorwaarde, dat de kortste verharde weg gevolgd wordt.
De gemeente stelt zich niet aansprakelijk voor het aan vergunninghouder overkomen van ongevallen door landmijnen of andere gevaarlijke projectielen, welke eventueel in het verboden gebied mochten aanwezig zijn.
Mook, 2 April 1945.
De Burgemeester, A. Th. Cremers plv.
(zie foto 2)
Al eerder, op 24 oktober 1944, had Van der Top als gemeente secretaris, van de militaire autoriteiten toestemming gekregen de brug in Heumen te passeren. (Zie foto 3)
Behoefte aan een tijdelijke burgemeester
Het bestuur van de gemeente was dus is handen van waarnemend burgemeester Cremers, geboren in 1878. Uit onderstaand schrijven van Van der Top blijkt dat dat een zware last legt op Cremers. De brief eindigt met een verzoek, mede namens Cremers, aan de Commissaris van de Koningin in Limburg om op korte termijn een tijdelijke burgemeester te benoemen. Van der Top geeft daarbij expliciet aan dat hij zichzelf niet als kandidaat ziet. Dat er veel moet gebeuren is duidelijk.
Kabinet.
Aan den Hoogedelgestrengen heer Commissaris der Koningin in de provincie Limburg, te Maastricht.
Bestuur der gemeente: tijdelijk burgemeester.
15 Maart 1945.
Hoogedelgestrenge Heer,
U veroorloove mij, dat ik mij omtrent nevenvermeld onderwerp tot U wend. Vanaf 18 September 1944 treedt als waarnemend-burgemeester in deze gemeente op de edelachtbare heer A. Th. Cremers, wethouder te Mook. Den burgemeester zelve is door Uw kabinetsbesluit van 2 Maart 1945, no. 323, bevolen om zijn werkzaamheden te staken, hetgeen de bevestiging is van een reeds ongeveer 6 maanden bestaanden toestand.
Uit ambtelijke rapporten zal U bekend zijn, hoe de gemeente door het oorlogsleed is getroffen: Mook en Bisselt zijn zwaar gehavend, Plasmolen en Middelaar zijn zoo goed als weggevaagd. In MOOK mag de bevolking sedert 5 Maart j.l. weer wonen, maar Plasmolen en Middelaar zijn nog verboden gebied vanwege het landmijnengevaar.
De w o n i n g e n zijn zwaar gehavend en desondanks betrekt de bevolking ruim-ten, welke niet meer den naam "woning" verdienen; vloeren en plafonds veelal uitgebroken, deuren verdwenen, glasramen uitgebroken, water- en lichtleidingen en electriciteitsmeters vernield, enz. enz.
De l a n d e r ij e n en de b o s s c h e n zijn bezaaid met mijnen en stellingen en doorploegd van onderkomens. De bevolking is voor een groot gedeelte in bevrijd en bezet Nederland geëvacueerd; nog pl.m. 800 personen leven op ons grondgebied. Maar, de te treffen noodvoorzieningen zijn omgekeerd evenredig aan het aantal hier vertoevende menschen. Willen we de bevolking te zijner tijd kunnen herbergen, dan moet de hand aan den ploeg geslagen worden. Dit gebeurt reeds, dank zij de medewerking van Landbouwherstel, dienst voor civiele wederopbouw, wnd.-voedselcommissaris te Roermond, Commissie voorziening Limburg, Hulpactie Roode Kruis, enz.
Ondanks dit alles, er moet nog m é é r gedaan worden; het is mij bekend. En ik noem dan, zonder volledig te willen zijn in de opsomming, de volgende onderwerpen:
a) noodvoorzieningen aan getroffen boerderijen en stallen;
b) idem aan civiele woningen;
c) idem aan winkels;
d) noodwoningen, noodwinkels, kerken en scholen, klooster te Mook;
e) opruimen van landmijnen en cadavers en lijken;
f) schoonmaken van waterlossingen;
g) herstel van wegen en voetpaden;
h) voorzieningen met meubilair, landbouwvoertuigen en handelsvoorraden;
i) op gang brengen van het onderwijs (geen scholen en leermiddelen meer aanwezig);
j) voorbereiden van een nieuw uitbreidingsplan;
k) terugkeer voorbereiden van de afgevoerde bevolking.
Ook de bevolking zelve merkt dat alles op, hoewel haar verlangens meestal hoger gespannen zijn dan hetgeen in de gegeven moeilijke omstandigheden kan worden geboden, gelet op de beschikbare hulpmiddelen van de Overheid.
In de afgelopen 6 maanden heb ik, nauw samenwerkend met onzen loco-burgemeester, getracht, zijn taak te verlichten. Zijn leeftijd in aanmerking (geboren in 1878), dankt hij het alleen aan zijn vitaliteit, dat hij deze zware opdracht zoo loffelijk heeft uitgeoefend.
Tot 1 Februari 1945 was de secretaris zeer armzalig gehuisvest; door vordering van een grootere woning is hierin verbetering gekomen, maar ondanks alles is de accommodatie niet die van het verbrande raadhuis.
Mijn functie is van administratieven aard. Het gemeentebestuur behoort tot de taak van den gemeenteraad, van burgemeester en wethouders en van den burgemeester; al deze functies oefent n u onze loco-burgemeester uit, hetgeen zijn taak des te zwaarder maakt.
Langzamerhand moet de gemeentelijke administratie bij mij op den voorgrond komen. Ik heb daarvoor onvoldoende tijd om 3 voormiddagen in de week aanwezig te zijn bij het spreekuur van den loco-burgemeester. Ook de andere 3 dagen laat men ons niet met rust, tot schade van m ij n werk. Steeds heb ik den loco-burgemeester gaarne terzijde gestaan om hem met raad en daad te helpen.
Omdat door overmacht onvoldoende maatregelen kunnen worden getroffen (ik denk aan noodvoorzieningen en -woningen), wordt over een deel der bevolking de "kankergeest" vaardig.
Een ander deel, het onjuiste hiervan inziende, heeft dezer dagen een "comité van bijstand" voor het gemeentebestuur opgericht, om het behulpzaam te zijn bij de uitoefening van zijn werk. Het wil voorlichting geven aan de bevolking waarom dit wel of dat niet kan en anderzijds aan het gemeentebestuur wenschen en grieven kenbaar maken. Het bestaat uit 13 leden en als secretaris fungeert de 2e ambtenaar ter secretarie, die als ambtenaar voor sociale zaken uiteraard met de noden van de bevolking op de hoogte is.
De oprichting van dit comité is voor mij de naaste aanleiding U dezen brief te zenden, welke ik nog steeds niet meende te moeten doen uitgaan; nu acht ik den tijd daarvoor gekomen.
Want wat is het geval? Dit comité zoekt contact met het gemeentebestuur; als zijn secretaris fungeert een ondergeschikte ambtenaar van de secretarie. De wenschen enz. worden den burgemeester voorgelegd en bij het onderhoud zou ik als "bijzitter" aanwezig zijn.
De aan grenzen gebonden bekwaamheden van den loco-burgemeester kennende, veronderstelt men nu of later een feitelijke actie van mij, hoewel niet in mijn functie van gemeentesecretaris. Daarbij komt, dat een bestuursfunctie als in de gegeven omstandigheden, mij niet ambieert: liever zou ik secretaris zijn in een gemeente van rond 10.000 zielen of hoofdambtenaar ter provinciale griffie ergens in den Lande. Ik doe dat werk dus noode, want mijn administratieve ambities passen niet in een burgemeesterlijke actie: ik zoek een leidende administratieve functie.
De loco-burgemeester heeft de hitte van den dag voor een zeer groot gedeelte gedragen en niets zal het liever zijn, dan daarvan te worden ontheven. De bevolking onderscheidt niet het verschil tusschen bestuur en administratie en als de loco-burgemeester in de gecompliceerder wordende toekomst geen doeltreffende maatregelen zou nemen, dan slaat dit ten deele onverdiend terug op mij, als gevolg van den gegroeiden toestand.
Omdat ik mijn brevet van bekwaamheid als gemeentesecretaris niet wensch te verliezen ter wille van een niet-geambieerde bestuursfunctie, welk verschil er te Mook niet in hooge mate meer bestaat, zou ik U ernstig doch nadrukkelijk willen vragen, in deze gemeente ten spoedigste een tijdelijken burgemeester te benoemen, die zelve voor de volle 100% de verantwoordelijkheid draagt en van wien de bevolking de bestuurshandelingen ziet als z ij n optreden. Mijn ambt treedt dan weer in een juister daglicht.
Aangezien zoowel de loco-burgemeester als ik in de veronderstelling verkeerden, dat in het burgemeestersambt spoedig zou worden voorzien, hebben wij deze moeilijkheid binnenskamers gelaten, maar ik kan er toch niet aan denken, mijn positie als secretaris te laten vertroebelen door mede betrokken te worden in een onvervulde burgemeestersfunctie.
Ik zal gaarne mijn persoon wijden - secretaris eener grootere gemeente - aan den opbouw van ons Vaderland, maar ik zou liever blijven buiten deze onverkwikkelijke burgemeesterszaak. Deze brief is opgemaakt en verzonden in volle overeenstemming met den loco-burgemeester. Ik moge U thans verzoeken, mij te willen mededeelen, of spoedig de benoeming van een tijdelijken burgemeester kan worden verwacht.
Ten slotte moge ik mij noemen, Uw dv. (H. van der Top, Gemeentesecretaris).
Tegen de wens in toch benoemd als waarnemend burgemeester
In tegenstelling tot wat Van Der Top in bovenstaande brief als wenselijk aangeeft, komt ongeveer drie weken later een brief uit Maastricht richting Mook, waarin Van der Top als waarnemend burgemeester wordt aangesteld. Of er tussentijds overleg is geweest, kunnen we niet uit het archief afleiden. Per 15 april 1945 legt Van de Top de eed af en treedt hij als zodanig in functie.
KABINET VAN DEN COMMISSARIS DER KONINGIN IN DE PROVINCIE LIMBURG. No. 478.
Onderwerp: Burgemeestersambt.
Bijlage 1
Maastricht, 7 April 1945.
Hierbij heb ik de eer U ter uitvoering te doen toekomen een afschrift van mijn besluit van heden No. 478 Kabinet, waarbij de Heer H. van der Top, secretaris Uwer gemeente, tot nader order is aangewezen als plaatsvervangend burgemeester Uwer gemeente, zulks met ingang van den dag zijner beëediging.
DE COMMISSARIS DER KONINGIN IN DE PROVINCIE LIMBURG, [Handtekening]
De bijlage:
Afschrift.
KABINET van den Commissaris der Koningin in de provincie Limburg.
No. 478.
Maastricht, 7April 1945.
DE COMMISSARIS DER KONINGIN IN DE PROVINCIE LIMBURG,
Overwegende, dat bij het dezerzijdsch besluit d.d. 2 Maart 1945 No. 323
Kabinet aan den burgemeester der gemeente Mook en Middelaar, den Heer H.J.J. Sengers, is bevolen de uitoefening van zijn burgemeestersfunctie voorloopig
te staken en dat het wenschelijk is om, met toepassing van het bepaalde in de eerste zin van het derde lid en in afwijking van het bepaalde in het tweede lid van artikel 2 van het Koninklijk besluit tot tijdelijke voorziening in het bestuur van de provinciën en de gemeenten, in de vervanging van den burgemeester dier gemeente te voorzien,
BESLUIT:
Den Heer Hendrik van der Top, secretaris der gemeente Mook en Middelaar, met ingang van den dag zijner beëediging tot nader order aan te wijzen als plaatsvervangend burgemeester dier gemeente.
Afschrift dezes te zenden aan:
1. den aangewezene,
2. het gemeentebestuur van Mook & Middelaar, ter kennisneming.
DE COMMISSARIS DER KONINGIN voornoemd,
(get.) VAN SONSBEECK.
Van der Top neemt zijn taak als waarnemend burgemeester serieus op. Ook richting de afgezette burgemeester Sengers, zoals we in eerdere berichten op maasburen.nl hebben laten zien.
Bij een benoeming tot waarnemend burgemeester behoort uiteraard een passende bezoldiging. Daarover de volgende keer.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen, archief gemeente Mook en Middelaar